E. du Perron
aan
Menno ter Braak

[21 november 1932]

Maandagmorgen.

 

Beste Menno,

Las je Borel over Forum in het Vaderland? Het was weer ‘dik in orde’, zooals Greshoff zei. Kan het volgende stukje nog in Panopticum van deze maand? Anders is het verjaard!

Bij een klacht van de heer Borel over ‘J. van Elschot’, als gedeponeerd in ‘Het Vaderland’.
 
Daar scheele Piet reeds met uw teenen trekt’,
 
een vers van Willem Elsschot, onbekende
 
voor wie in deugd Het Zusje heeft verwekt,
 
heeft, waar 't van smart niet uit zijn voegen rende,
 
van pa Borel de hartespier verrekt:
 
de moederhartspier - want op 't Noordende
 
werd zelfs de agent voorzeker bleekgebekt
 
als men bij pa ook zulk een spier ontkende.
 
 
 
- En het artikel, door grootoma Swarth
 
reeds uitverkocht en toch hetzèlfde, kittelt,
 
en op dezèlfde plek, door heel Den Haag,
 
zo wild nog al de tantes, dat men zwart
 
zag van ‘de kift’, werd men niet door zijn maag
 
wilder, en onweerlegbaar, gekapitteld.
 
E.d.P.

Als je 't goed vindt, snijd het dan uit en stuur het naar Bouws. Ik schreef het gisternacht om slaap te krijgen. Straks ben ik weer heerlijk in Bellevue!

Hoop je daar te lezen. Je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie