Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 22 juni 1934

den Haag, 22 Juni '34

 

Beste Eddy

Ik heb weer lang gezwegen en zonder reden. De melancholie maakte zich telkens van me meester. De oordeelen over P.z.P. hinderen me blijkbaar toch meer dan ik wil. De volstrekte begriploosheid van al die reacties (die n.b. meerendeels ‘gunstig’ zijn!) geeft me een gevoel van volslagen nutteloosheid hier in dit land, waar ik toch absoluut aan vast zit. Ik reken me telkens verstandelijk voor, dat ik niet op begrip mocht rekenen, en dat het wel voor het boek zal pleiten, maar het verder gaan is me onmogelijk (momenteel althans, zal wel weer overgaan). Niemand snapt iets van de ‘honnête homme’, van al die nuances, waar het juist om te doen is. Moet ik dat nog eens overschreeuwen? Ik vecht bovendien nog tegen het martelaarschap, dat zich soms opdringt, en dat natuurlijk volkomen dwaas is. Het is immers best mogelijk, dat die heele P.z.P. niet bestaan mag, dat de Donkers eigenlijk gelijk hebben, als ze zeggen, dat ik er langzamerhand maar mee uit moet scheiden, want men heeft andere dingen aan het hoofd. Het is waarachtig niet, dat ik steun vraag; uitsluitend een conflict in mijzelf, over de al dan niet noodzakelijkheid van het schrijven. Kan ik niet beter hiermee eindigen? Geen donquichote meer spelen in Holland en zwijgen? Theun dikke romans laten kalken en weten, dat het er allemaal niets toe doet.

In zoo'n stemming kom ik tot niets buiten mijn bedrijfje. Forum zou ik liefst aan kant doen, het eeuwige gezeur met die 40 pag. verveelt me ook. Deze maand is het weer heelemaal onmogelijk. Het Zalige Lachen is in de zetterij, maar het toevoegsel over Baer kan er stellig niet bij. Wat nu? Eerlijk gezegd, ik kan er niet eens zakelijk over nadenken, ik zou geen secretaris meer willen spelen, alles er bij elkaar ingooien en dan maar afwachten wat er uit komt.

Deze bui moet overgaan, maar hoe? Ik heb Grenoble ook al afgesteld, ben volmaakt besluiteloos.

Je verschillende plannen lijken me uitstekend. Dat ik op ¾ niet antwoord, is toch, hoop ik, overdreven? Ik zal mijn best doen voortaan. Maar ik ben zelden werkelijk down, en zelfs Ant merkt er nu weinig van; juist daarom werkt het nu zwaar door. Ik reageer dan slecht af, omdat ik eigenlijk niet de lekkere reactie van den neurasthenicus heb. Dat geen sterveling den ‘honnête homme’ ook maar bij benadering aanvoelt, zit me gewoonweg dwars. En daarop n.b. zou ik moeten doorgaan!

Misschien (dat is altijd mogelijk na zoo'n bui) begin ik ineens aan mijn nieuwe boek. Maar ik wil er elk martelaarsgeluid uit houden. Het ‘gebrek aan echo’ moet volkomen als bijzaak behandeld worden; en nu zit het me dwars.

Lees deze brief met de bijgedachte, dat ik, als hij in Parijs arriveert, misschien al zelf weer lach om deze inzinking. hart.hand

je Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie