Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 1 oktober 1934

den Haag, 1 Oct '34

 

Beste Eddy

Je beide briefkaarten kwamen aan; dank. De fraaie resultaten van de leverkuur zijn onomstootelijk - hoorde ik ook van andere zijde! Geluk er mee! En wat heb je aan de ‘Utrecht’ in het vooruitzicht? Dergelijke baantjes kunnen heel geschikt zijn omdat ze tenminste geen spoor van confusie met de litteratuur vertoonen. Hoe kom je aan deze betrekking? Ik zou het in ieder geval maar eens probeeren. - Aan de krant was het vorige week walgelijk druk. Seizoen begint nu pas goed. Toch werk ik nog aan de dialogen. Dezen Zondag heb ik over Porta Nigra geschreven. Het stuk bevalt me zelf maar matig. Maar het bundeltje is ook zoo erg inspiratief.

Verder heb ik de proeven van het Carnaval nu grootendeels gecorrigeerd. (Ik liet na veel wikken en wegen Ubu toch in het Holl. staan, om de toespeling op het volgende niet al te gecompliceerd te maken). Eenigszins benauwd was ik wel, om de herdruk door te lezen! Het is vijf jaar geleden, dat ik het Carnaval schreef! Maar gelukkig; ik heb het zonder desillusie gevolgd. Hier en daar zijn er herhalingen, en te abstracte passages, en zoo meer; maar het geheel is voor mijn gevoel nog totaal gaaf en zelfs bij stukken veel actueeler dan in 1929. Dat is toeval, maar het geeft mij toch eenig vertrouwen in de waarde van het betoog. Misschien is dat nonsens, maar het is niet weg te cijferen.

Onderwijl heb ik een correspondentie met Klaus Mann naar aanleiding van zijn Brontë-succes. Hij schreef mij nl. over een ev. ontmoeting en ik meende die toen het best te kunnen voorbereiden door hem even precies te vertellen, wat ik van die zusjes Brontë dacht. Hij heeft nu heel sympathiek, maar nog erg ‘ver verwijderd’ geantwoord, waarop ik hem nu nog eens van repliek heb gediend. Er is juist een nieuwe roman van hem uit. Flucht in den Norden, die ik je kan zenden, als je je voor den man interesseert. (Ik heb hem dubbel).

Over die ‘cerebrale constructie’ ben ik het nog niet met je eens. Het woord ‘cerebraal’ meen ik nog altijd niet verdiend te hebben. Ik versta onder een cerebraal mensch iemand, die van zijn gevoel geen noemenswaardigen invloed ondergaat t.o.v. zijn verstand. En dat gaat bij mij niet op. Dat ik ‘verschuif’, is niet een cerebrale constructie, maar de langzame uitmergeling van de verstandelijke contrôle door het gevoel; tenminste zoo... voel ik het. Het verschuiven van het partijkiezen kan inderdaad in een eindeloos proces uitmonden, maar het kan ook omslaan in een volstrekt tegendeel. Dat ik cerebraal ben in vergelijking met jou wil ik natuurlijk wel toegeven; maar het gaat hier om de vraag, of ik mij in mijn bewegingen laat leiden door verstandelijke, rationeele motieven, ja of neen. En dan zeg ik positief neen.

Morgen zal ik op de krant een Luto-lot zien te krijgen. Ik heb er geen idee van, waar ik dan zijn moet.

Ik hoop, dat Parijs je weer naar Ducroo zal leiden. Eerlijk gezegd: Wijdenes wacht ik met eenige spanning af. Misschien onthult hij een nieuw zelf aan mezelf!

Vandaag was Bob even op de krant. Hij heeft met Helmut Hirsch gesproken en een operette opgedragen gekregen! Wonderlijk ambacht.

hart. gr. voor jullie beiden, ook van Ant

je

M.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie