E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [26 februari 1935]

Parijs, Dinsdag.

 

Beste Menno,

Wat een mooie brief over allerlei: het geval Van Tricht, Luc Willink etc. Maar de oprichting van die vereeniging is toch het voornaamste. Schrijf mij hoe de vergadering was en of ik moet toetreden; in principe ben ik gaarne bereid!

Stuur me vooral je bespr. van die bloemlezing van Coster [Ik zou het boek zelf ook wel willen inkijken], en begin het proza erover maar niet met een verwijzing naar mij die hem alleen als bloemlezer heeft kunnen ‘huldigen’. Maar zoo'n heel gevalletje Coster-Van Tricht is toch weer misselijk. Overigens was Helman precies zoo en heeft die indertijd ook order gegeven aan De Gemeenschap om vooral Forum geen recensie-exx. te sturen. Je moet toch maar ziel hebben om op zooiets te komen!

Met Slau hier heb ik op het oogenblik ‘mot’, omdat hij werkelijk onmogelijk kan zijn, in het gebruik. Ik heb hem nu wat bijgelicht, met het gevolg dat de grieven wel spoedig opgeruimd zullen zijn, althans aan de bovenkant. Hij zal altijd mislukken in zijn eigen leven, ook om een ongehoord kleinburgerlijke draai in zijn karakter, die er wel nooit uit zal gaan, en die een barrière is voor al zijn verdere eischen en verlangens. Enfin... Op het oogenblik kankert hij ook weer over de ‘bedisselarij’ in Forum en spreekt weer van elders publiceeren, en zelfs van ‘een tip van de sluier lichten’ en dergelijke grapjes. Ik zal hem nu goed zeggen (ik zie hem morgenavond) dat de zaak mij geen bal meer interesseert en dat hij doen moet wat hij niet laten kan. Je leeft met hem, zoowel in de vriendschap als op ander gebied, voortdurend in een ‘sfeer’ van ‘bedreiging’ die tenslotte onverdragelijk wordt; ook dat zal ik hem nog eens goed aan het verstand zien te brengen, want ik ben nu werkelijk wel ‘geladen’ over deze baloorigheid, en het hindert me als iemand denkt een satanische figuur te zijn (of byroniaansch-demonisch) en telkens zoo de provinciale burger blijft. Maar geen woord hierover tegen Vic. - Stuur mij ook de briefkaart van Slau terug, want die kan ik nog noodig hebben tegenover hem.

Ik denk wel dat alles overmorgen wel weer in orde zal zijn, maar zooiets als dit is mij zeer onaangenaam, omdat ik liever niet met mijn vrienden harrewar.

Wat je me van de Pantserkrant schrijft, lijkt mij ook stukken beter. Maar pas toch op dat je niet de Nederl. Shaw wordt; als je hierna weer eens een tooneelbevlieging krijgt. - Ik sprak hier een hindoe-journalist, Ayana Angadi, die ook naar Holland wou om lezingen te houden. Het is een marxist en een typische journalist (ik ontmoette hem bij een interview van Malraux, schreef ik je dat niet?), maar verder toch een heel geschikte jongen. Misschien stuur ik hem ook naar je toe: hij zal je dan wel vragen wat je denkt van het indische vraagstuk. Ik waarschuw je dan dat hij Gandhi veel grooter vindt dan Jezus, en ontzettend op deze opinie schijnt gesteld; verder vindt hij de 3 grootste mannen van deze eeuw: Lenin, Gandhi en Einstein. Als ik je nu onthul dat hij zelf, behalve communist en hindoe te zijn, ook nog een graad heeft in de wiskunde, dan kan je de projectie zóó voor je zien van dezen man naar zijn groote mannen. Het is toch griezelig dat dat met ons allemaal zoo is!

Later beter, want dit gaat ook in haast.

Hartelijk je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie