E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Boroboedoer, 7 mei 1937

Boroboedoer, 7 Mei '37

 

Beste Menno,

Ik stuur jou speciaal deze pop - een grappemaker die op de bodem van de hoogste stoepa (heiligste v/h heiligste) werd gevonden en omdat hij, leelijk, banaal maar onaf, voor de Oer-Boeddha wordt aangezien. Vmdl. hebben teleurgestelde schatgravers dit ergens opgeraapte beeld daarin gegooid - als probleem voor latere geleerden. Maar hij is nu met mysterie besmet, en zit waardig en met grijswit mos bedekt op den weg v/h monument. Wij gaan verder. Veel hartelijks, ook voor Ant van ons twee, steeds je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie