E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Garoet, 3 november 1937

Garoet, 3 Nov. '37.

 

B.M.

Gister bracht ik de voltrekking van mijn 38e levensjaar door in bed, eindelijk neergeworpen door Garoet's fameuzen wind. Deze gedwongen rust heb ik doorgebracht met het lezen van Het Vijfde Zegel, dat ik net gekregen had en dat ik met de grootste verwachtingen begonnen ben (ook al wist ik dat ik er hier en daar bezwaren tegen zou hebben). Nu heb ik het uit, en weet niet hoe ik er V. over schrijven moet. In de krant behandel ik dit boek liever niet, want het zou gewoon op een demonstratie neerkomen van waarom de historische roman zoo'n onding is. Ik heb zelden iets zoo oervervelends gelezen als deze Greco-historie, en hoe iemand met de intelligentie van V. hier zoo ‘noest’ aan heeft kunnen doorploeteren (noest is het woord) is me een raadsel. Ook hier is wel het bewijs geleverd dat iemand, wanneer hij aan het fameuze creëeren gaat blijkbaar al zijn kritische vermogens in den steek laat, want in alle valstrikken van het genre heeft V. getrapt: overdadig gepenseel aan allerlei personages die verder niets presteeren, doen of zijn, reconstructies van gesprekken, leukigheden van z.g. koddige figuren, beschrijvingen (in dit geval vmdl. paraphrases v. Greco's schilderijen), dik opgestapeld. Het lijkt op zoo'n overladen fransche of italiaansche film uit den ouden tijd, ‘statisch’ zooals dat heet, en met eindelooze parades. Het verhaal (dat vrij banaal romantisch is, met dat doodsteken van Don Pedro door Esquerrer) zou in 40 blzn. zeer leesbaar hebben kunnen zijn; wat V. over Greco te vertellen heeft, zou 10 × beter uitgekomen zijn in een goed essay. Maar novelle + essay zijn hier samengevloeid tot een monsterlijke historische roman. Bosboom-Toussaint zou het boeiender en beter hebben gedaan. Al wat er echt Vestdijk in is - een 100 literaire vondstjes en 5 of 6 psychologische subtiliteiten (bv. als Greco ook maar aan het verraden gaat!) - is totaal platgedrukt en doodgewerkt onder de rest. En zelfs zijn stijl is lang, slap en saai geworden, zoo accentloos als ik 't nog nooit van hem heb bijgewoond. Het is griezelig; vooral als ik bedenk dat hij jaren hieraan gewerkt heeft - hij moet er enorm aan gewerkt hebben! - en dat ik dit zoo, na 2 dagen lezen, even uitmaak. - Excuseer dit kaartje uit bed gekrabbeld. Laat gauw wat hooren. Mijn Van Harens zijn naar je toe. Heel veel hartelijks van je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie