Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Den Haag, 21 oktober 1939

Den Haag, 21 Oct. '39

 

Beste Eddy

Zooeven je briefkaart. Het spijt ons erg, dat er weer een verhindering was; ditmaal een afspraak op Zondagmiddag en -avond, waaraan ik gansch niet meer gedacht heb, toen Bep mij opbelde. Maar als jullie daar nu nog een tijdje blijven, komen we toch heusch wel, hetzij volgend week-end, hetzij een dag in de week. - Oom Simons belde mij keurig op tijd op. Ik had de portretten der Van Harens in mijn hoofd, maar wist absoluut niet, waar ik ze gezien kon hebben. Willem is inderdaad typisch een ‘schaapskop’, Onno heeft wel een pienter hoofd. Ik stuur je mijn artikel Maandag; het beviel mij bij overlezen van de proef wel. Ik kreeg ook een proef van Vestdijk over het boek (in de N.R.C.; vanavond?) in handen; je zult merken, dat hij door den toon van zijn beoordeeling een nogal stoutmoedige frontbepaling in mijn stuk waarmaakt.

De Vrije Bladen gaan door, al heeft Leopold weer iets laten vallen van de ‘verliezen’, die hij daarmee lijdt. Ik voor mij zou graag het Januari-cahier aan de Multatuli-stukken wijden. Doe het bij voorkeur in den vorm van een beredeneerde bronnenpublicatie, zoodat ook de lezer, die niet precies op de hoogte is van de details, het verband ziet. De omvang van de cahiers is ± 32 pagina's, maar iets meer is geen bezwaar, want wij hebben ook wel eens iets minder. Ik schrijf dit alles op eigen gelegenheid, maar ik ben er wel zeker van, dat Stuiveling en De Gruyter graag dit cahier zullen willen hebben.

Wat Denis de Rougemont betreft: de appreciatie hangt natuurlijk aan een draad van sym- of antipathie. Ben ik, jouw uitdrukking overnemend, niet ook ‘de schoolmeester, die in de ideeën is gegaan’?

Wij zitten Jany te wachten, die aanstonds moet komen. Artikel over De Kadt gecorrigeerd; ik behoefde er niet veel aan te wijzigen.

Veel pleizier in Bergen. Ik kan me best voorstellen, dat het daar beter is dan in de stad, ik zou er zonder eenig voorbehoud heengaan... als ik geen betrekking had. Overigens: ik ontmoette Groeneveld (hij kwam op de krant), een zeer amusante man, met iets van een kalen en jongen Van Schendel over zich. Hij heeft ook een huis voor jullie, zei hij mij, in Voorschoten, als ik mij niet vergis. Ik maakte een afspraak met hem voor de volgende week, als jullie er ook zouden zijn, maar dat vervalt dus voorloopig.

Tot nader. Hart. gr. 2 × 2.

je

Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie