E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bergen, 21 maart 1940

Den Haag, 22-3-'40.

 

Beste Menno,

Zend me vooral dat ex. Mult. en de L. terug, zoodra je je recensie-ex. hebt, en reclameer dit laatste als ze 't je niet zenden! Die heeren lijken me nogal zuinig, en ze zijn ook karig met auteursreductie. - Ik las Walschap's brochure op weg naar hier, maar vond die, hoewel sympathiek, wat mat. Inderdaad, ik had een ‘heroïscher’ toon beter gewaardeerd! Zulk tuig moet met meer brio worden aangeblaft, vind ik. Maar intusschen zal het, ook zoo, voor dien armen W. geen pretje zijn.

We zijn nu ingehuisd, maar voelen ons toch nog niet echt gewend. Iederen keer moet je opnieuw je draai vinden, tenminste als er gewerkt moet worden en niet alleen vakantie genomen. Ik geloof trouwens dat ik geen vakantiegevoel meer kàn hebben; het is eruit, door deze prettige tijden.

Jany is gezellig, hoewel niet bijster opgewekt. Het waait hier oude wijven, maar het dorp is en blijft lief. Vergeet ons niet heelemaal, laat af en toe eens wat wereldsch hier doorklinken.

Hartelijk gegroet 2 × 2,

je

E.

 

P.S. Gister zond ik je de ƒ20 terug per postwissel.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie