E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Bergen, [16 april 1940]

Bergen, 17 April '40.

 

B.M.

Blij te hooren dat je weer aan 't werk bent gegaan. Dat is nu eenmaal het ‘kunstenaarsegoïsme’, volkomen in orde, heerlijk gezond. Als ik Churchill of Eden was, zou ik óók niet met literatuur spelen.

Ik kom Zaterdag: ga vrij vroeg van hier, hoop ik, zoo tusschen 10 en 11, en denk tusschen 12 en 1 bij je te zijn. Dan gaan we eerst koffiedrinken, lekker, en dàn eerst onlekkerkerkeren; ik bedoel ont-enz. - Ik schreef hier een stuk over den zuren burgerman Van Hattum, een stuk dat nogal massacrant is uitgevallen. Vandaag was Den Brabander aan de beurt, die komt er iets zachter af. Morgen Hoornik, en - al spijt het me - die komt er toch het best af, in poeticis. Over Achterberg moet ik me nog op de hoogte stellen. Ik vind dit werk stierlijk onaangenaam.

Ik zal zorgen dat je een Stalin krijgt. Nog 2 vel revisie, dan is het klaar, wat mij betreft. Bep heeft met deze revisies lekker niks meer te maken.

Jany zal de oplossing nog veel opluchtender vinden dan jij; hij heeft er nu al hoofdpijn van, geloof ik, al houdt hij zich goed. Tot Zaterdag dus!

je

E.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie