Menno ter Braak
aan
Mannus Franken

23 februari 1928

23 Febr. 1928

 

Beste Mannus

Hartelijk dank voor je persoonlijke brief, waarmee ik het eigenlijk van a tot z eens ben. Maar in de eerste plaats moet ik me nòg excuseeren, dat ik me blijkbaar nóg te zakelijk uitdrukte, terwijl ik alleen onze houding tegenover de Invitation wilde verklaren. Incorrect, nou ja! Jij maakt er uit, dat we je voor een Ligatribunaal zouden willen zien! Neem eens voor altijd van me aan, dat je ons alles kunt zenden, zonder ooit een spoor van rechterschap bij één onzer te verwachten; daarvoor waardeeren we teveel je werk voor ons, zonder hetwelk de Liga wel kon inpakken, en je oordeel. Richt liever over onze ‘roofbouw’: je hebt in zekeren zin gelijk, en ik wil daartegenover nu alleen eenige dingen stellen, die aan het feit zelf niets veranderen, maar het wel in een ander licht stellen, wellicht.

Ik ben evenzeer overtuigd van den nood van de cinegrafie als jij. Je weet, dat ik geen filmenthousiast in den ‘materieelen’ zin ben. Als ik een film zie, ben ik nog niet verrukt, omdat het een film is. Misschien sta ik zelfs wel te problemerig tegenover de film. Als het aan mij lag, richtte ik tot het Ligapubliek eenige hartige woorden, met den inhoud, die jij in je brief vervat hebt. Maar: wij hebben tegenover een volgend jaar, dat anders en zakelijker beter georganiseerd moet worden, en tegelijkertijd minder, veel minder, moet brengen, omdat men zich dit jaar ‘overwerkt’ heeft, een plicht. Wij mogen dit seizoen, dat, ik geef het je alles toe, te veelzijdig, te abstract, te overladen begonnen is, niet schraler (voor het oog van het publiek dan) doen eindigen! Wij moeten het publiek van de 12e matinee naar huis laten gaan met de gedachte, dat dit jaar een verdomd goed jaar is geweest. Van de malaise in de bordeelen der filmindustrie weten zij niet, maar zij zullen die het volgend jaar merken! Materieel wil ik, voorzoover ik daar iets aan kan bijdragen dit jaar mijn beste krachten geven, om deze après nous le déluge-politiek, als je wilt, vol te houden. Afgezien een oogenblik van de financiën. Intusschen zoeken wij naar een basis voor het volgend seizoen; wil echter de film in Holland een toekomst blijven houden, dan dienen wij geen teleurgesteld publiek achter te laten, maar een publiek, dat na de ingeloste belofte bereid is een ander systeem te steunen. Nà de ingeloste belofte: zoo is de Hollander nu eenmaal. Ik merk het nu al aan de oordeelen hier en daar; als wij onze 12 matinees niet prompt uit dienen, zijn wij in het oog van den Hollander, van den Telegraaflezer, oplichters. Het volgend jaar is een blanco stuk papier; alles, wat ze krijgen, is toegift, gunst, gratie, genade etc. Dat is nu nog niet het geval.

Beschouw de roofbouw, die we plegen, dus niet als een verraad aan de weinigen, die waarachtig iets willen. Roofbouw hebben we ons zelf opgelegd door een wat groote belofte in een manifest, dat anders weer geen leden zou hebben getrokken. Zoo sluit zich de vicieuze cirkel, en bijt de realiteit de belofte in den staart. Vergeet ook niet, dat een goed beëindigd seizoen (ik spreek door den mond van ons publiek!) dit land soepel zal houden voor de toekomst, terwijl het anders weer aan de bioscoop zijn hart zal verpanden.

Met je beschouwing over de abstracte film ben ik het oneens, radicaal. Je vereering voor de Russen gaat te ver. Impotent acht ik de abstractie niet, alleen cerebraal; ook mij ligt het genre niet. Maar ik weet ook bliksems goed, waarom de russenmode heerscht; zij vertegenwoordigen een bepaald gevoel, dat iedereen goed ligt, dat gemakkelijk aanslaat en, dit merkt een zéér kleine schare, bovendien nog film is ook. Amersfoort zou de Moeder wel geadoreerd hebben, dat geloof ik graag; maar over Ruttmann één oogenblik nadenken…ho maar! Daarvoor geeft Jan Publiek niet thuis! Het is juist daarom zoo interessant den menschen Ruttmann en niet de Moeder voor te zetten, omdat de algeheele ongevoeligheid voor de verrassing van den vorm voor de helft plus één dan zoo prachtig aan het licht komt. In de Russen vindt men de beweging van de revolutie prachtig; van de beweging van de ziel neemt men evenmin notitie als bij Fait Divers, dat dan bij elkaar gegapt mag zijn, maar ongetwijfeld een mentaliteit uitbeeldt, een andere, maar geen geringere (er is hier geen geringer of beter) dan die der Russen. Waarom toch altijd de afkeer van de cerebraliteit? Als die maar goed is! Als er maar structuur in zit!

Wat ik je nu nog in concreto wil vragen, is dit: schrijf als je bij je werk daartoe eenigszins tijd kunt vinden, voor ‘Filmliga’ een artikel over de malaise in de filmwereld! Ik zelf heb de gegevens niet; bovendien kan ik moeilijk aankomen met de bewering, dat onze programma’s te overladen en te goed zijn geweest, aangezien onze onvolprezen leden dan onmiddellijk zullen denken, dat ik de vermindering der programma’s wil sauveeren. Maar het lijkt me absoluut noodzakelijk, dat de verduwende lieden hier eens iets te hooren krijgen van de strijd die zij eigenlijk al als gewonnen zijn gaan beschouwen. Dit stuk van jouw hand is noodzakelijk, we zetten het als hoofdartikel. Dit lijkt me een beter methode, om het publiek wegwijs te maken, dan om nu plotseling van vertooningstactiek te gaan veranderen. Je kunt er alles in zetten, wat je wilt. Helaas ben ik financieel geheel in discrediet, ook al door de Liga, anders zou ik graag aan je invitatie gehoor geven, en zelf naar Parijs komen en zièn. Ik kan onmogelijk. Maar hoewel ik je tegenzin tegen artikelen van vluggen adem ken: dit zakelijk stuk kan je toch niet lang ophouden, dunkt me! Het moet een philippica zijn. Als je het voor a.s. Woensdag stuurt, kan het er nog in. Bericht me anders even, dat het niet gaat. Maar liever het stuk!!

Ik hoop, dat je iets voor mijn argumenten voelt. Heusch, ik ben het in zake de roofbouw met je eens. Maar de hollandsche mentaliteit van zich bedonderd achten door achteruitgang is veel funester voor de toekomst dan welke vermindering in het volgend seizoen ook!

3 Maart draaien we dus maar weer.

Morgen stuur ik je f.60.

Met hart.gr., en beste wenschen voor je werk

tt. Menno ter Braak

 

Dit alles in vliegende haast. Ik voel, dat ik eenige uren met je over abstractie, vorm, leven etc. zou moeten debatteeren.

 

Origineel: Den Haag, Literatuurmuseum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie