Nieuwe uitgaven

C. en M. Scharten - Antink, De Gave Gulden (Wereldbibliotheek, A'dam 1934).

Ergens las ik een critiek op dezen laatsten roman der Schartens, die uit één zin bestond, ongeveer neerkomend op het volgende: ‘Na lezing van “De Gave Gulden” is schrijver dezes een voorstander van devaluatie geworden’.

Inderdaad is deze eene zin wel voldoende om het boek te karakteriseeren als een van de mislukste werken van het veel-schrijvende echtpaar. Het is zoo zouteloos en zoo afgrijselijk lang uitgesponnen, zoo met conversatie doorspekt en zoo zonder eenig belang, dat men de geschiedenis van ‘Bets’, de hoofdpersoon van den roman, nauwelijks tot een goed einde kan brengen. Het lezen wordt tenslotte een ren over pagina's; het wordt hèt groote probleem, wat nu eigenlijk ‘de gave gulden’ zal zijn, waarmee het echtpaar Scharten (ik veronderstel zonder reclamebedoelingen) de aandacht trekt van alle wanhopige economen.

De gave gulden blijkt helaas slechts de heen en weer geslingerde Bets, en de economie komt er alleen vergelijkenderwijze aan te pas. Het is een ‘mop’; maar omdat de Schartens er weinig slag van hebben om een mop te vertellen, blijft het een gezochte gave gulden, deze Bets, ‘Zottin!’ schold ze zichzelve, ‘Maitresse! Gans met je gekke goedheid! Dievegge van het geld van je eigen zoon!’ Tot zij, voldaan, de beleedigendste scheldwoorden vond: ‘idiote gave gulden! Moderne vrouw!’

Wel is het talent van de Schartens gedevalueerd!

M.t.B.