Briefwisseling Menno ter Braak - Carry van Bruggen

Carry van Bruggen
aan
Menno ter Braak

Laren, 24 december 1927

Laren NH, 24.12.27

 

Waarde heer ter Braak.

Het was óók wel omdat ik geen tijd had (heb!) maar niet daarom alleen, dat ik U geen commentaar op Uw beschouwing over ‘Eva’ schreef -, het was ook hierom, dat ik [niet] altijd precies Uw bedoeling begreep (begrijp!), waarschijnlijk omdat ik niet volkomen vertrouwd ben met Uw terminologie, en met Uw interpretatie van de mijne. Ik nam (neem!) mij dus voor, U te vragen, na Uw promotie - dit uitstel niet voor mij, maar voor U - eens over een en ander met mij te komen praten. En doe dit bij deze. Weet U wel, dat ik altijd, van lang vóór ‘Heleen’ af, heb geweten dat ik ‘anders dan de anderen’ was, dan de andere schrijfsters, en dat ik altijd ook heb gehoopt, dit anders-zijn te kunnen uiten op een wijze, die in de eerste plaats mijzelf bevredigen zou? Daarom ben ik zoo gelukkig met ‘Eva’-, met het mensch, omdat ik er geen einde, doch een begin in zie.

Met vriendelijke groeten

Carry van Bruggen

 

Dit tot Uw troost: ik ben al bezig aan de correctie van de 2e druk van ‘Eva’...

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie