Briefwisseling Menno ter Braak - W.A. Kramers

W.A. Kramers
aan
Menno ter Braak

Amsterdam, 8 augustus 1926

Amsterdam, 8 Augustus

 

Amice

Ik weet niet of je in het diepst van je gemoed vermoedde, dat onder mijn beheer de voor dag ressorteerde. Inderdaad - mij is de liefelijke taak opgedragen alles wat men pent en zendt te keuren en te zorgen dat er iedere dag wat nieuws is.

Gaarne had ik - door Breerobanden gebonden mijn zegenende handen over je arbeid uitgestrekt en het doorgegeven ter zetterij. Edoch ik zou niet verantwoord zijn tegenover mijn broodheeren. Wij moeten toch in dat rubriekje hebben minder beschouwend dan wel verhalend werk. Een kort verhaaltje met ‘vriendelijke spanning of humoristische ontknooping’. Vooral kort. De Franschen als Magog en Albert Jean zijn daarin ware meesters.

Jouw stukje, waarin ik wel eenige aardige passages vond, is te weinig verhalend en mist het intrigetje, dat mijn lezers onder hun kopje thee moet worden toegediend, opdat ze tegen hunne wijfjes zeggen: Kijk Sien, dat mòt je 'ns lezen. Dat zou die weinig ontwikkelde lezer, die op de Tel. geabonneerd is, van jouw stukje allicht niet zeggen en daarom kan ik het niet plaatsen.

Gaarne ontving ik eventueel andere proeven en producten ter keuring.

Ik hoop je in Amsterdam spoedig eens te zien.

Vr. groeten

W.A. Kramers

cognomine Marcel

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie