T

Briefwisseling Menno ter Braak - W.G. van den Tak

W.G. van den Tak
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 2 juni 1935

Den Haag, 2 Junij 1935

 

Den Heere Dr. Menno ter Braak

 

WeledelZeergeleerde Heer,

Geenszins omdat ik onderstel, dat U behoefte heeft aan lof of bijval, doch alleenlijk wijl ik mij daartoe gedrongen gevoel, moge ik U verklaren, hoe het lezen van Uwe meditatie rondom Rijnsburg in ‘Het Vaderland’ van heden mij als een verademing voorkwam, die weldadig aandeed na het melodramatische en valsche pathos, waarmede op Hoogduitsch voorbeeld gedurende de laatste jaren de figuur van Spinoza is omringd geworden.

Inderdaad met de herinnering aan Spinoza is verbonden de voorstelling van stille overpeinzing; deze dreigt echter verloren te gaan sedert de wijsgeer werd geïntroduceerd in society.

Verblijve met de meeste hoogachting

Uw dw

W.G. van den Tak

Secretaris van het ‘Spinozahuis’

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie