Simon Vestdijk
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 10 mei 1932

Haag 10-5-'32

 

Beste ter Braak,

Hierbij zend ik je een nieuw product, een novelle, in de eerste plaats ter lezing en beoordeeling; indien geschikt, ook voor Forum. Ik ben in dit geval erg benieuwd naar je oordeel, omdat ik tegenover 't ding zelf nog erg wantrouwend sta. Ik heb 't bovendien tegen de klippen van mijn vermoeidheid op geschreven. Kijk ook eens, of ik 't onderwerp wel met de noodige ‘ingetogenheid’ behandelde, met 't oog op publicatie, meen ik. Psychologisch is het verhaal wel ‘historisch’-juist, in bijzonderheden is het geheel vrij bedacht, behalve dan de drie, authentieke, eigennamen. Ik las over Lodewijk XIII bij Cabanès; ik vond het beter den naam niet te noemen (van Lod XIII bedoel ik).-

Ik zal de adjectiva uit mijn essay nog eens onder handen nemen! De ondertitel, die je op de enveloppe schreef, lijkt mij wel goed, maar ik voel er dan veel voor, de ‘poëzie en persoonlijkheid’ geheel op E.D. te laten slaan, en niet als aanwijzing voor den theoretischen inhoud in de eerste plaats. Dus b.v. ‘haar p. en p.’ Ik heb n.l. in het essay het woord persoonlijkheid, min of meer opzettelijk, zooveel mogelijk vermeden. Het leek me raadzaam, deze problemen, die an sich natuurlijk dezelfde blijven, eens met een geheel andere terminologie te lijf te gaan. Met die ‘intentie’ (wat natuurlijk niets anders is dan de ‘persoonlijkheid’ vanuit het gezichtspunt van het z.g. ‘creatieve’ of beter ‘creëerende’) meen ik op deze wijze den vijand in den rug aan te vallen. Kort en wat raar uitgedrukt: ik hul me in het schaapsvel van Marsman om als een wolf het lam Nijhoff te kunnen verscheuren; deze zoölogische verhoudingen zijn natuurlijk ook omkeerbaar; want láát N. zich verscheuren? Mocht hij plotseling een leeuw blijken, sta me dan inderdaad bij in dien ongelijken strijd! Maar zelf heb ik ook nog enkele pijlen te verschieten, over klankbeschouwingen en zoo, en ook mijn polemische ader klopt hinderlijk heftig, al is hij ook zóozeer onderbonden, dat ik er niet aan denken mag ooit met een bloederig halfsnorretje onder de neus rond te zullen loopen, zooals Eddy toen hij met N. gevochten had.

Verder: voor mij ligt de breuk niet in de eerste plaats tusschen werk en persoonlijkheid (vgl: jouw controverse met Binnendijk), maar tusschen de onechte en echte persoonl.h., tusschen de eerlijke ‘kunstenaars’ en de gluipers: M.i. is op deze wijze pas de strijd uit te vechten; in het andere geval schuiven de standpunten over elkaar heen. Maar misschien is dat gevecht niet meer in een kritisch, argumenteerend essay mogelijk, en is tenslotte dus toch jouw tactiek nog de doeltreffendste. Begrijp me dus goed: ik sta in principe heelemaal aan jullie kant: maar toch zou ik van ons drieën de meest aangewezen ‘persoon’ zijn om zoo noodig als spion naar den vijand toegestuurd te worden en een poosje in zijn uniform rond te loopen! (vergeet dus dat ‘eerlijke’ maar weer)

Als Nijhoff soms vervelend mocht worden, schrijf ik een klein panopticummetje over dat heerlijke ‘And the bee-what in the tee-mother of the trothodoodoo, dat Ph. Quarles in een boek over paraphasie ontdekte! (of ik schrijf een lyrische ontboezeming over ‘Luke Havergal’, wemelend van de meest esoterische klankphantasieën.)

Voor mijn V.-B.-bundel geven de schurken me maar f50, voor 40 gedichten! Als ik Forum niet had...

Ik ben bezig met de Faux-Monnayeurs, en appreciëer voorshands de groote oprechtheid. Gide komt er voor uit, dat hij geen roman kan schrijven! Ook een vertegenwoordiger van het ‘intentioneele’ type!

Ik las het slot van je Démasqué, een mooi hooglied op het relativisme. Ik bewonder de wijze, waarop je zoover in het relativistisch ‘gebied’ bent doorgedrongen, zonder ooit karakterloos te worden. Later herlas ik het nog eens in zijn geheel. O ja, ik zocht bij Jaspers wat op over de historische verhouding Nietzsche-Freud, en kreeg den indruk, dat die wel erg door de tegenstanders der psychoanalyse geconstrueerd is. Van een directen invloed, anders dan langs den omweg van een ‘tijdgeest’, is m.i. weinig sprake. Laat nog iets hooren;

beste groeten voor jullie beiden van Vestdijk.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie