Briefwisseling Menno ter Braak - Simon Vestdijk

Simon Vestdijk
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 27 april 1932

Haag 27-4-'32

 

Beste ter Braak,

Met voldoening las ik je waardeerend oordeel over E.D. Ongeveer over een week krijg je de tweede helft toegestuurd, of misschien kan ik je die persoonlijk geven, als we elkaar ontmoeten. Ik kan volgende week elken avond. Wat zou je zeggen van Maandag 8 uur bij Riche, in het ‘Forum’ hoekje? Laat me nog even weten. Ik ben ook benieuwd naar détailkritiek! M.i. is een van de zwakste punten het opstellen van het klanktype als geheel polaire tegenstelling tot het intentioneele type: alleen wanneer men ‘klank’ in zijn uitgebreidste beteekenis opvat (dus vooral niet alleen als klankschoonheid) is dit te verdedigen. In een hoofdstuk dat Eddy geschrapt heeft (en terecht, want het maakte het geheel topzwaar) heb ik mijn opvattingen over deze typen nader uitgewerkt: na een kleine uitweiding over de ‘poésie pure’ behandel ik de tegenstelling met behulp van de begrippen subject-object, het klanktype wordt dan het objectiveerende, het intentioneele wordt niet het ‘subjectieve’, maar het ‘re-subjectiveerende’ type. Hierdoor wordt de antithese tegelijk algemeener, ruimer, en scherper geformuleerd. Als je wilt kan ik die 4 bladzijden voor je meenemen. Subject-object en de bokkesprongen en kantelingen dezer begrippen vormen een oude hobby van me. Ik ben er verleden jaar weer op terug gekomen naar aanleiding van 't geouweh. van van Eyck over den ‘subjectieven’ Slauerhoff! Polemiek mijnerzijds tegen van Eyck is jammer genoeg uitgesloten, omdat ik eenvoudig niet in staat ben zijn stijl te verwerken, dus nooit op de hoogte zal zijn van wat de tegenstander precies beweert, een eerste eisch bij polemiek toch! Met veel interesse las ik ook in het Démasqué de beschouwingen over subj.-obj. Het onderwerp werkt op een gekke manier op mijn poëtische instincten, hoé, zou ik niet kunnen zeggen, misschien doordat het dát gebied der mystiek is, dat nog net door het verstand benaderd kan worden, maar waarin het verstand ook voortdurend opgelost wordt. Ken je van Natorp Allgemeine Psychologie? Een voor een Neo-Kantiaan merkwaardig helder boek, goed geschreven, geïnspireerd, hier en daar zelfs lyrisch! Ik heb er indertijd veel aan gehad. Al deze dingen behooren tot een voorbije periode, de philosophie als zoodanig heeft voor mij afgedaan. Maar 't was een prachtige hersengymnastiek, een nuttig ascetisme. Trouwens jij denkt er net zoo over, als ik me goed herinner.

We zijn gisteren uit Gistoux teruggekomen, waar ik een prettige, en vooral interessante tijd had! Eddy oefent een, naar ik meen, zeer ‘gunstigen’ invloed op me uit. Ik vind hem o.a. een soort causticum, een bijtend, geconcentreerd vocht, dat alle overtolligheden uitbrandt. Hij heeft in één dag mijn essay gelezen (40 folio-vellen) en besnoeid! Maar 's avonds moest hij toch, loom uitgestrekt op den divan, bekennen, dat die juffrouw Dickinson hem volmaakt leeggezogen had! Ik las zijn Voorbereiding en daarna Hampton Court noodgedwongen voorloopig maar tot de helft. Typische tegenstelling tusschen Latijnsch en Germaansch, bij hem een veel grootere vormperfectie, bij jou een rijkere, gistender ‘inhoud’! Het zou grappig zijn, in een ‘kritiek’, die echter toch zoo weinig ‘kritiek’ zou moeten zijn dat het probleem van ‘beter’ of ‘slechter’ er geheel in vermeden werd, die twee boeken psychologisch tegenover elkaar te stellen, en tevens met alle stompzinnige opmerkingen van Tony en Teuny af te rekenen.

Tot ziens dus, met beste gr. ook aan je zuster,

t.à.t. Vestdijk

 

[Bijlage:]

Nachtwaak.
 
Zij heeft haar lichaam vluchtig maar gegeven,
 
Al liep zij op de gangen op en neer
 
En is tot 't laatst toe met mij opgebleven,
 
Zoo bang, zoo koel; al kwam zij, telkens weer
 
 
 
En telkens, in die domme hunk'ring van
 
Zwaar dier in opgejaagdheid mij bezoeken.
 
Zij is te grijpen, dacht ik, greep haar dan,-
 
Maar 't spook bleef grijnzen uit de vele hoeken.
 
 
 
Nu nog de nacht,... nu kan ik mee gaan wand'len,
 
Fluist'rend door kamers, hol en verveloos,
 
Mij met het spook afgeven, en zoo hand'len
 
Alsof ook ik die zelfde angst verkoos
 
 
 
Boven genot, de lust van 't kreunend sterven
 
Verwerpen gaan, omdat die dood te kort
 
En te vergeefs zou zijn,- nu kan ik zwerven
 
Met 't eigen lichaam, dat weer eenzaam wordt.

Gistoux 25-4-'32 11 u.p.m.

S.V.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie