E. du Perron
aan
Menno ter Braak

Parijs, [12 november 1935]

Parijs, 12 Nov.

 

Beste Menno,

Allereerst dank voor de teruggevonden blzn., en hulde aan Vrouw Antje! Ik wist wel dat ik hààr hulp moest inroepen!

Dan voor de bijlagen. Ik ben blakend van nijd. Kettmann, die mevrouw, die mijnheer, het is een optocht van heroïsche naar milde pissebedden. En dan je zwager nog!

Met Querido heb ik een eindelooze correspondentie over mijn blocnotes. Hij wil niet alleen mij niet uitgeven, maar ook nog dat ik niet bij een ander uitgeef, en wijdt hieraan de ongelooflijkste argumenten, geest en negotie mengelend dat het een aard heeft. Ik heb hem vanmorgen weer uitgebreid geantwoord, wat een zee aan energie kost.

Deze ‘schrijvers aan de krant’ zijn koren op mijn molen. Van dien kampioen voor de middelmatigheid wil ik een blocnote maken; het is tè mooi in zijn soort. Die mevrouw zou ik meer persoonlijk de ‘waarheid’ willen zeggen. Varangot is doodgewoon een fluim; Het spijt mij voor Truida dat ze tegen dit stuk zachte stront aan moest trouwen en ik vrees dat ze het eerlang flink zal betreuren. Wat mij betreft, ik ben blij dat ik niets met hem te maken heb, maar als ik hem in Brussel ontmoet zal ik hem òf negeeren òf de kwestie hierop brengen, om hem, als hij tegenover mij deze theorie ook verkondigt, precies kenbaar te maken hoe ik over hem denk. Al zou mij dat alweer voor Truida spijten. En toch, ook Truida, ik moet je zeggen dat haar mogelijkheid om die twee Victors in contact te brengen met het oog op de kolommen van de N.R.C. mij ook een flinke duw gegeven heeft. Basta.

Ik hoop dat die idioot met dat al begrepen heeft dat wij inderdaad tenslotte onze mindere deelen met zijn Virginia afbetten. Dat het gaat om een principe, waarbij hij niets dan de schapenrol heeft gespeeld die hem 100% toekomt. En dat, wat mij althans betreft, één van de troostende gedachten van het ‘verlies van afzetgebied’ is, dat wij er hem althans niet meer zullen ontmoeten. Iedere keer als een fluim zijn smeerlapperij voor levensernst wil laten doorgaan, zal hij van ‘kinderachtigheid’ spreken. Ik stel dezen ‘mannelijken’ Varangot - je moet het misbaksel zien - op precies dezelfde lijn als zoo'n Kettmann die zijn cloaak-gerijmel voor poëzie wenscht uit te geven en zijn cloaak-broederlijkheid voor ridder-heroïek.

Het spijt mij dat ik Varangot niet schrijven kan, maar ik hoop op Kettmann te antwoorden. In De Sleutel misschien, al ziet zoo'n blad er wel heel poover uit. Kan er geen geld en geen uitgever voor gevonden worden om het beter te drukken en te verspreiden? Ik ben in ieder geval benieuwd naar wat ze me te vragen hebben, sinds het telegram van gisteren.

Je bespreking van Kristal is alleraardigst; die van De Korte Baan wel erg summier, maar soit. Ik doe niets dan blocnotes schrijven, al is het allerminst zeker dat ik die rubriek in Gr. Ned. krijg, en al protesteert de brave Querido. Je weet niet hoe blij die Q. is met complimentjes van auteurs - jij, Jan, Henny - dat hij zijn cultureele taak zoo goed vervult en zelfs dat hij zulke goede honoraria geeft. Het is in dit opzicht een vrouw, en zelfs een oude coquette.

Stuur me vooral die andere aanval van de N.S.B.-dapperen op, en, als je kan, nog een of ander ‘principieel’ artikel van een ‘intellectueel’ uit dat kamp. Ik zal probeeren mijn antwoord ongenadig te maken niet alleen van toon, maar van denken. En toch, wat ik je al schreef, en hoezeer ik dit knuppel-heroïsme uitkots, het eenige is om er andere knuppels tegenover te stellen. Is er geen kans op om anti-heroïsche knokploegen samen te stellen, te beginnen bij de antifascistische studenten?

Je weet niet hoe ik soms de pest in hebben kan - op andere oogenblikken ben ik er helaas gelukkig om! - dat ik niet in Holland kan zijn om me hier wat meer mee te bemoeien. Hoezeer ik ook het land heb aan organisatie, tegen dit tuig zou ik de eene organisatie na de andere willen zien verrijzen. En hoe meer hoe liever bijeen, kan er niet een ligue gevormd worden, uit die kunstenaars van Rotterdam, deze antifasc. studenten en de jongeren Vredes-Actie? Kan Kramers, of jij of een ander zich daar niet voor spannen? Antwoord hier eens op, maar Vrijdagmorgen ga ik naar Bretagne. Veel hartelijke groeten, ook voor Ant (die dit mestvorkproza misschien maar niet lezen moet) en van Bep.

Steeds je

E.

 

P.S. Ik heb Elizabeth gezien, waarover Bep nu voor de krant schrijft. De laatste acte was best gespeeld: die actrice was zeker Lotje Köhler waard, zelfs in Electra. Maar ik heb werkelijk ieder gevoel voor deze ‘kunst’ verloren!

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie