Menno ter Braak
aan
E. du Perron

Eibergen, 27 december 1935

Eibergen, 27 Dec. '35

 

Beste Eddy

Jullie Rois Mages kwamen zooeven aan en hebben ons, zij het na Kerstmis, zeer gesticht. Het is goed, dat wij er even tusschen uit zijn getrokken, want ik had werkelijk behoefte aan rust. Als ik nu maar tot werken kom! Ik heb het plan de vier dialogen te laten en ze als ‘voorspel’ af te scheiden van de rest van het boek, dat een andere toon moet hebben. Die Gijsbertus & Co. waren me op den duur niet sympathiek genoeg. De rest wordt nu, denk ik, ‘gewoon’ essay. En dan, als god wil en wij leven, de schelmenroman.

Wat beroerd van Chiaromonte! Kunnen wij niets doen om hem door dezen tijd heen te helpen? Ik kan f 10 per maand zeker storten in een ev. te vormen fondsje. Als er nu nog een paar personen te vinden waren, zou het tenminste al iets zijn. Denk er eens over en praat hem vast eventueele scrupules uit het hoofd. Schrijf mij dan, of ik te beginnen 15 Jan. (want eerder krijg ik geen contanten) die f 10 zal sturen. Als ik kans zie iets voor hem te doen te krijgen, zal ik er werk van maken, maar het is tegenwoordig hier haast niet mogelijk. Zeg hem ook, dat hij, als hij het niet meer houden kan, te allen tijde de beschikking heeft over onze logeerkamer. Ik heb nog altijd geen rustig oogenblik gevonden om behoorlijk op zijn brief te antwoorden, vooral ook, omdat de dingen, waarover hij het heeft, voor mijzelf grootendeels problematisch zijn. Gelukwensch aan Pia!

Ik las, om de vertaling van Marsman te bespreken, L' Immoraliste na vele jaren nog eens over. Eerlijk gezegd, het boek viel me tegen, en het kostte me eenige moeite die gevoelde reserves zoo veel mogelijk binnen te houden in mijn artikel (want de middenstand mag zoo'n boek waarachtig wel eens lezen), De symboliek hindert me, Ménalque vind ik een mislukking, Marceline ook maar matig. Alles natuurlijk in het ensemble van Gide's heele oeuvre. Om me te overtuigen las ik tegelijk een boek van hem, dat ik toevallig nooit onder oogen had gehad: Isabelle. Het is uitstekend, vind ik, uitmuntend van sfeer vooral; dit soort ‘sfeermakerij’ bevalt mij beter dan die van Poe!

Wat Donker betreft accoord. Je weet toch, dat hij no. 2 staat op de voordracht voor professor te Amsterdam (vacature Prinsen)? Met den paap Gerard Brom. Dan moet ‘Niek’ het toch maar worden, lijkt mij.

Ik moest de Stem-advertentie rectificeeren tegenover Van Loghem Slaterus! Jan dacht ook, dat het een echte advertentie was en was boos! Dus rectificatie is in ieder geval goed. Je kreeg het papiertje zeker wel. Ik ben blij, dat de toon van mijn farewell je beviel. De figuur van Ritter was wel de aangewezen tegenspeler bij dit afscheid van middenstandsland.

Ant is zoo juist naar Zutfen, waar ik haar 1 Jan. weer vind. Wij gaan dan 's avonds weer naar Den Haag terug. Maar ook namens haar en voor Bep onze hartelijkste wenschen voor een leefbaar 1936! Zoo mogelijk nog zonder emigratie.

Een hartelijke hand van

je

Menno

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie