Briefwisseling Menno ter Braak - J. Corninck Liefsting

J. Corninck Liefsting
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 2 december 1928

's-Gravenhage, 2 December 1928.

 

Zeer Geachte Heer.

In antwoord op uw brief d.d. 30 November j.l., gericht aan den Secretaris der Haagsche Filmliga, heb ik de eer U mede te deelen, dat ik morgen op Uw postrekening doe overschrijven een bedrag van f330.-, zijnde het bedrag voor programma 1, 2, 3 en 4 seizoen 1928/29 door de Haagsche Filmliga verschuldigd.

Wat de beide overige posten Uwer nota betreft moge ik het volgende opmerken. De Heer Mathon ontving uw brief op 1 December j.l. Juist den avond tevoren had ons bestuur vergaderd en besloten, met het oog op den nog niet zeer gunstigen toestand van onze kasmiddelen - nog niet de helft van ons budget is bij de eerste voorstelling binnengekomen - van onze schulden aanvankelijk de helft te voldoen. Is na de tweede voorstelling het aspect gunstiger, dan zou in de tweede helft van deze maand de andere helft betaald kunnen worden. Gaarne zal ik intusschen, alvorens hiertoe het noodige te verrichten, vernemen of het Dagelijksch Bestuur zich met deze oplossing zou kunnen vereenigen. Ik moge hierbij nog opmerken, dat de Heer Scholte ons op dit punt onlangs zijn medewerking heeft toegezegd.

Bovendien heeft de Haagsche Liga nog een tegenvordering op U, groot f7.50. Blijkens mijn vertoond girobewijs toch heeft de Heer J.Th.S. Heskes alhier (gironummer 41762) op 3 November j.l. op Uw rekening doen overschrijven een bedrag van f7.50, zulks ter voldoening van de door hem verschuldigde contributie over het eerste halfjaar (hoofd- en bijkaart) der Haagsche Filmliga. Tenzij U er om administratieve redenen de voorkeur aan mocht geven dit bedrag afzonderlijk op mijn rekening (no.137318 ten name van Mr. J. Corninck Liefsting) te doen overschrijven, zou ik dus f7.50 op bovenbedoelde betaling van f37.50 in mindering willen brengen. Uw berichten ter zake zie ik gaarne tegemoet.

Tenslotte moge ik mijn verbazing uitspreken, dat ons een bedrag van f25.00 wordt in rekening gebracht voor ‘onkosten propectus’. Als lid der eerste propaganda-commissie is mij namelijk bekend, dat met het oog op het zeer geringe bedrag, dat ons destijds voor propaganda-doeleinden ter beschikking stond, besteld zijn zooveel circulaires als ons voor tien gulden geleverd konden worden. Wellicht is Dr. Jong, die destijds de correspondentie gevoerd heeft, nog wel in het bezit van een afschrift van zijn brief. Alvorens mij echter met hem in verbinding te stellen, zal ik gaarne Uw nader bericht afwachten, in de hoop alsnog te mogen vernemen, dat het door U opgegeven bedrag op een misverstand berust.

Hoogachtend

Uw dw.

J. Corninck Liefsting

Penningmeester der Haagsche Filmliga

 

Origineel: Amsterdam, EYE Film Instituut Nederland

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie