Roel Houwink
aan
Menno ter Braak

Zeist, 9 maart 1940

Zeist, 9 Maart 1940.

 

Amice.

Hetgeen je uit ‘onze kringen’ overkomen is, vereischt een grondig onderzoek met consequenties. Ik nam eerst heden van een en ander kennis en heb terstond op het nemen van de noodige maatregelen aangedrongen. Het spijt mij alleen, dat je gegeneraliseerd hebt in je oordeel, en dat je deze gebeurtenis koppelt aan een beoordeeling van Vestdijk's werk door sommigen onzer. Dat lijkt mij onjuist en onzakelijk. Ik behoud mij de volle vrijheid voor, Vestdijk in een groot deel van zijn oeuvre ‘pathologisch’ te vinden en daarnaast elke verantwoordelijkheid af te wijzen voor een plagiaat-affaire als de onderhavige. M.i. lijkt het ‘demagogie’ een verband tusschen beide te leggen en ik ben er van overtuigd, dat je dit verre ligt. Daarom zou ik je willen verzoeken hier gescheiden te houden, wat gescheiden blijven moet. Het feit op zichzelf is waarlijk ernstig genoeg en behoeft geen complicaties. Zou je zoo goed willen zijn mij even te doen weten, of je van Burger en/of van de redactie van ‘De Standaard’ iets vernomen hebt te dezer zake? De eer van ons allen is met deze kwestie gemoeid en daarom acht ik het persoonlijk van groot belang te vernemen, hoe men reageert.

Met vr. gr.

R. Houwink

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie