van Loghum Slaterus' Uitgevers Maatschappij N.V.
aan
Menno ter Braak

Arnhem, 9 maart 1931

9 Maart 1931

 

de Weledelzeergel. Heer

Dr. M. ter Braak

Beukelsdyk 143b

Rotterdam

 

Zeer Geachte Heer ter Braak,

In antwoord op uw briefje meld ik U, dat ik zo juist de kopie heb ontvangen; ook al zal ik dadelik met de lezing beginnen, zal ik toch niet in staat zyn my voor Zaterdag een gefundeerd oordeel te vormen, op grond waarvan ik U een voorstel kan doen.

Waarschynlik komt U met de Paaschvacantie deze kant uit en kunnen wy daarvan voor een bespreking gebruik maken.

Ik hoop, dat de griep weer over is en U er geen vervelende gevolgen van ondervindt.

Las U Houwink's kritiek op ‘Carnaval’ in ‘Elsevier’? Ik kreeg nog een overdruk, doch zend deze u dadelyk toe.

Met vriendelike groeten en

hoogachting,

 

Doorslag: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie