Menno ter Braak
aan
van Loghum Slaterus' Uitgevers Maatschappij N.V.

Den Haag, 14 maart 1936

14 Maart '36

 

Zeer geachte Heer van Tricht

De lezing voor de Leidsche Studenten was een causerie, die ik vrijwel geheel geïmproviseerd heb, met punten als leidraad. Er staat dus niets van op schrift, en ik kan helaas geen tijd vrijmaken om de aanteekeningen uit te werken. Voor Uw aanbod kreeg ik reeds een ander (uitgave in brochurevorm), dat ik om dezelfde redenen heb moeten afslaan. Het spijt mij wel, want dat gedoe over Heldenkermis is al bijzonder irritant.

Het boek, waarover U mij laatst schreef (heet het niet ‘L'Homme, Cet Inconnu’?) zag ik laatst toevallig bij een boekhandel in. Het lijkt mij een zeer interessant gegeven voor een Zondagsartikel. Mocht U er prijs op stellen, dat het daarvoor in mijn handen komt, dan zou ik u willen verzoeken het recensie-exemplaar te zijner tijd aan mij persoonlijk te adresseeren. Omdat het niet speciaal litterair is, zou het anders kunnen ‘verdwalen’.

m.v.gr. en hoogachting,

Menno ter Braak

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie