Briefwisseling Menno ter Braak - Ch. van Schoonneveldt

Ch. van Schoonneveldt
aan
Menno ter Braak

Tiel, 2 juli 1928

Tiel 2 Juli 1928.

 

Zeer Geleerde jongste Doctor, alias beste Menno,

Met bijzonder en b. veel genoegen ontving ik dezer dagen een exemplaar van je dissertatie. Van harte gefeliciteerd met de bekroning van je studie en met het voorzeker welgeslaagde proefschrift. Volijverig ben ik aan de lectuur begonnen en hoewel ik in de materie niet thuis ben heb ik steeds eenige malen een welgemeend ‘juist!’ in margine neergeschreven. Je komt zeker dezer dagen bij den goeden oom en de goede tante in Tiel en dan moet je niet verzuimen eens bij mij aan te komen. Ik ben nu elf jaar aan het gym in Tiel en loop al jaren lang te foeteren, dat ik van de meeste der afgeleverde leerlingen nooit meer iets hoorde, nog minder een bewijs van degelijke studie, in casu eene dissertatie ontving. Vroeger kreeg je van de stellingen produceerende juristen wel eens een soort tractaatje met 24 stellingen, maar dat is ook al uit. Nu heeft het laatste kwartaal mij een beetje gekalmeerd: zooals je weet is Pierre Smit (Wamel - Heumen) op 7 Mei l.l. gepromoveerd op den calvinistischen dichter Revius (zeer verdienstelijk, maar het sop is niet gelijkwaardig met de kool) en nu volg jij. Ook heeft een aardige ex-leerlinge onlangs candidaats-nederlandsch in Utrecht gedaan, Piet Formijne moet een flink medicus geworden zijn; verder wat obscure juristen en verongelukten. Ik bezweer altijd de jongelui op school, dat ze knap en geleerd moeten worden en naar een titel moeten streven en dan kijken sommigen me aan als hadde Lotje me getikt!

Enfin, ik zal je boek op school laten zien; je weet: alle weten begint met nieuwsgierigheid en de beroemde Tielsche bard zong of beweerd althans: ‘Geleerdheid is ons levensdoel.’

Beste Menno, neem nog een goeden, ja een vaderlijken raad van me aan. Solliciteer dadelijk naar een of ander (liefst klein) gymnasium en begin met allereerst een eerzaam leraar te worden. Heusch, het werk is niet zoo moeilijk en het tractement is erg goed en vast. Begeef je niet in de journalistiek of andere broodschrijverij en verkoop je lijf en vooral je ziel en je talenten niet aan de een of andere kapitalistische kliek. Want daar geldt van vroeg tot laat: wiens brood men eet, diens woord men spreekt en schrijft. Dagelijks walg ik (en jij zeker ook) van den onzin en leugens in onze kranten en de schrijvers daarvan weten drommels goed, dat ze onzin debiteeren en liegen; en 't ergste is dat er zooveel knappe lui bij zijn: wat een rampzalig bestaan!

Onlangs las ik een uitval van je tegen de moderne dominees. Ik gaf je gelijk, maar vergeet niet, dat die menschen ook broodsprekers zijn, geduld als réactionnairen, verder overal geminacht. Word denzulken niet gelijkvormig!

Maar over deze en dergelijke dingen kunnen we beter praten. Kom dus zoo spoedig mogelijk bij me aan, liefst na vieren of na zessen. Ik wensch je deze dagen veel succes en veel voldoening.

Veel groeten van

t.t.

Ch. van Schoonneveldt

Witte Hoene.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie