Menno ter Braak
aan
Cola Debrot

Rotterdam, 26 januari 1933

B.C.

Hartelijk dank voor de toezending van De Mapen. Ik heb de novelle van a tot z met spanning gelezen en vind er bijzonder goede dingen in. Dit klinkt misschien wat gereserveerd, maar ik kan nooit een definitief oordeel uitspreken voor ik het in druk gelezen heb; dan wordt pas de geheele tekst als van een mij volkomen onbekende. Een slechte eigenschap voor een ‘tijdschriftleider’, inderdaad; maar het ‘leider’ is ook maar zoozoo. Als tijdschriftleider zal ik positief voor opname stemmen!

Het gegeven vind ik uitstekend! Eerst schrok ik van die kruising van mensch en aap, dacht aan een oud mopje in de litteratuur; maar het blijft zeer geschikt op den achtergrond, dat experiment. Ik apprecieer het meest hoofdstuk III, de autobiografie van jezelf, vermoed ik, voor eenige procenten. En in het heele stuk de zeer origineele humor, de volgehouden satyre. Hier en daar alleen vond ik een enkel grapje te faciel: pag. 3: ‘Inderdaad waren de meeste boeren, al hadden ze ook geen kiespijn.’ p.4: ‘dat niet zoozeer de Maap alswel de aap uit de mouw zou komen.’ p.8: ‘zich een aap (tenslotte zelf tot Maap) lachte.’ p.10: ‘Wij zijn dus de Mapen, laten we niet ook nog het haasje zijn.’ p.20: het mopje van Broek in Waterland. - Dat is volgens mij gewone ‘flauwe kul’, geheel in tegenstelling tot de rest van je humor. Kun je die passages niet schrappen? - Op pag.27 begrijp ik zin 1 van alinea 1 niet. (‘Ter andere...’) Aan het slot vind ik het bepaald jammer, dat de ontsnapte Johnny door de radio van Brie Crozme begint te brullen. Dat is te dik erop, al zou het in een satyre denkbaar zijn; ik ben ervan overtuigd, dat het slot nog veel zou winnen, als je die paar regels er gewoon uitliet, want de rest is weer bijzonder goed. (weglaten dus ev. van ‘doch’ tot en met ‘leef je nog’?)

Afgezien van deze details heeft je stuk me voortdurend gepakt. Het is oorspronkelijk van toon en als vernachelarij van de Sovjets vooral geheel geslaagd. Over Brie Crozme schreef ik al. Als het van mij afhangt, nemen we dus ‘De Mapen’ graag! Ik zal het zoo spoedig mogelijk laten doorzenden aan du Perron en Roelants, en schrijf je later hun oordeel.

Het formaat zal wel eenige vertraging opleveren. Wij zitten met een teveel aan copie; het is een lastig werk, om een nummer samen te stellen. Maar in tweeën gaat het tenslotte best. Heb alleen even geduld.

Dit dus als een voorloopige indruk. Later meer. Ik hoop je in afzienbaren tijd nog eens te ontmoeten.

h. gr.

t.t. Menno t. Br.

 

N.B. hier en daar heb ik (zijnde ook leeraar, schoon geen klap op mijn achterste ontvangen hebbende) een paar aperte taalfouten verbeterd.

 

Origineel: particuliere collectie

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie