van Loghum Slaterus' Uitgevers Maatschappij N.V.
aan
Menno ter Braak

Arnhem, 18 december 1935

Arnhem, 18-12-35.

 

Den Heer Dr. M. ter Braak

Pomonaplein 2

Den Haag.

 

Zeer geachte Heer ter Braak,

In dank ontving ik Uw brief van 17 dezer. Het spreekt vanzelf, dat U, wanneer U met een werk bezig bent, dit eerst aan Nijgh & van Ditmar aanbiedt; mocht men daar om de een of andere reden minder ervoor voelen, dan houd ik mij in ieder geval voor overweging der uitgave aanbevolen.

Het was niet zozeer mijn bedoeling dat U een boek zoudt schrijven tegen Prof. Huizinga. Uw kritiek op zijn boek was voor mijn aanleiding om het U te vragen, daar ik - ik mag wel zeggen tot mijn genoegen - daaruit zag, dat U in verschillende opzichten andere opvattingen huldigt.

Voor een boek, dat de principiële cultuurproblemen behandelt en tevens naar de toekomst in plaats van voor het grootste gedeelte naar het verleden is georiënteerd, zou m.i. zeker plaats zijn, maar misschien voldoet het boek, waaraan U bezig bent, reeds hieraan.

Met vriendelijke groeten en hoogachting

 

Doorslag: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie